Het standaardmodel onderwijs, instructie en toetsen en testen.

trechterHet standaardmodel is al eeuwenoud en berust op enkele duidelijke uitgangspunten:
1. Kennis is een verzameling feiten over hoe de wereld in elkaar zit en over procedures of manieren om problemen op te lossen. Feiten zijn utispraken zoals “Amsterdam ligt in Noordholland” en een procedure bijvoorbeeld een stap voor stap instructie hoe je een bougie verwisselt in een benzinemotor.
2. Het doel van de school is om deze feiten en procedures in het hoofd van de leerling te krijgen. Mensen zijn geschoold als ze veel feiten en procedures kennen.
3. Leraren kennen deze feiten en procedures en hun taak is leerlingen die feiten en procedures bij te brengen.
4. Je moet eerst eenvoudige feiten en procedures leren, en daarna de meer ingewikkelde. Wat eenvoudig is en wat ingewikkeld wordt uitgemaakt door leraren en andere experts, en niet door te onderzoeken hoe kinderen leren.
5. Toetsen en testen is de enige manier om vast te stellen hoeveel de leerlingen hebben opgenomen van het onderwijs.

In het moderne onderwijs zou het moeten gaan om:
Het belang van het begrijpen van de concepten die fundamenteel zijn voor de feiten en procedures.
De kunst om kennis ‘improviserenderwijs’ toe te passen in andere omstandigheden.
De kunst van de metacognitie, het nadenken over je denken.
Het overzicht over een probleem krijgen en het kunnen analyseren.
Hogere denkvaardigheden gebaseerd op wetenschappelijke inzichten over het denken En niet die intuïtieve maar onjuiste inzichten zoals die over leerstijlen.
De focus moet eerder liggen op leren dan op onderwijzen.

Het is zeer de vraag of multiple choice toetsen en proefwerken wel bevorderlijk zijn voor het bereiken van deze moderne onderwijsdoelen. Kun je met MC-vragen en schriftelijke proefwerken nagaan of iemand ook begrijpt en metacognitief actief is?

(zie: http://www.oecd.org/edu/ceri/40805146.pdf)