Categorie archief: onderzoek

Het standaardmodel onderwijs, instructie en toetsen en testen.

trechterHet standaardmodel is al eeuwenoud en berust op enkele duidelijke uitgangspunten:
1. Kennis is een verzameling feiten over hoe de wereld in elkaar zit en over procedures of manieren om problemen op te lossen. Feiten zijn utispraken zoals “Amsterdam ligt in Noordholland” en een procedure bijvoorbeeld een stap voor stap instructie hoe je een bougie verwisselt in een benzinemotor.
2. Het doel van de school is om deze feiten en procedures in het hoofd van de leerling te krijgen. Mensen zijn geschoold als ze veel feiten en procedures kennen.
3. Leraren kennen deze feiten en procedures en hun taak is leerlingen die feiten en procedures bij te brengen.
4. Je moet eerst eenvoudige feiten en procedures leren, en daarna de meer ingewikkelde. Wat eenvoudig is en wat ingewikkeld wordt uitgemaakt door leraren en andere experts, en niet door te onderzoeken hoe kinderen leren.
5. Toetsen en testen is de enige manier om vast te stellen hoeveel de leerlingen hebben opgenomen van het onderwijs.

In het moderne onderwijs zou het moeten gaan om:
Het belang van het begrijpen van de concepten die fundamenteel zijn voor de feiten en procedures.
De kunst om kennis ‘improviserenderwijs’ toe te passen in andere omstandigheden.
De kunst van de metacognitie, het nadenken over je denken.
Het overzicht over een probleem krijgen en het kunnen analyseren.
Hogere denkvaardigheden gebaseerd op wetenschappelijke inzichten over het denken En niet die intuïtieve maar onjuiste inzichten zoals die over leerstijlen.
De focus moet eerder liggen op leren dan op onderwijzen.

Het is zeer de vraag of multiple choice toetsen en proefwerken wel bevorderlijk zijn voor het bereiken van deze moderne onderwijsdoelen. Kun je met MC-vragen en schriftelijke proefwerken nagaan of iemand ook begrijpt en metacognitief actief is?

(zie: http://www.oecd.org/edu/ceri/40805146.pdf)

Multiple Choice

Multiple-choice toetsen zijn niet bevorderlijk voor de kwaliteit van het leren. Ze veroorzaken de slechte gewoonte van leren en lesgeven voor de test en negeren van onderwerpen die niet worden getest. Ironisch genoeg was Everett Franklin Lindquist, de schepper van gestandaardiseerde tests, voorstander om niet voor de test te leren en les te geven. Hij schreef dat “onnodige nadruk op gemiddelde testresultaten, en vergelijkingen tussen scholen en docenten … kan de leraar leiden … om de belangen van de leerlingen verwaarlozen, en in plaats daarvan moeten bezighouden met een hogere gemiddelde scores voor hun eigen bestwil. ” Hij had absoluut gelijk! Onderwijzen om te testen werd de realiteit. Voor veel docenten en instructeurs, is de multiple-choice test tegenstrijdig met betekenisvol onderwijs. Deze tests zijn nooit ontworpen om het leren te verbeteren.

bron: http://www.edutopia.org/blog/dark-history-of-multiple-choice-ainissa-ramirez

Zoeken is een vaardigheid waarvoor veel kennis nodig is.

Salomon van Ruisdael 001
Stel je voor, Jasper wil Ruysdael’s schilderij Rivierlandschap met veerpont eens goed bekijken.
Hij gaat zoeken op “ruisdaal” Er is een schilder Jacob Ruisdaal, dus Jasper gaat kijken bij de items over die Ruisdaal en vind niets. (Hier stoppen veel internetzoekers al) Je moet dus wel de juiste spelling weten, er zijn twee schilders, de een heette Ruisdaal, de ander heette Ruysdael.
Gelukkig ziet Jasper dat de zoekmachine de suggestie heeft dat er ook een Ruysdael bestaat. Jasper klikt op de suggestie. Daar ziet hij al meer, er staat iets in Wikipedia over Ruysdael, en er is een item waarin allerlei plaatjes staan. Daar klikt Jasper op. En ja er verschijnt een hele pagina met afbeeldingen, maar welke is het nou? Er staat geen onderschriften bij de plaatjes.

Jasper besluit  te zoeken onder “rivierlandschap ” en “ruysdael” Ja Jasper gebruikt twee zoektermen. Meer dan één zoekterm gebruiken geeft vaak betere resultaten. En dan klikt hij ook direct op het tabje <images> om de plaatjes te zien. Maar ook hier vind hij te veel verschillende plaatjes. Dan maar klikken op het bovenste item in de zoekresultaten. Daar is het schilderij. Hij gokt dat dit het juiste schilderij is, maar gaat dat niet meer controleren.

Jasper krijgt een dikke onvoldoende voor zoeken op internet.

Waarom heeft hij niet gewoon in het zoekveld ingetypt <ruysdael schilderij rivierlandschap met veerpont> ?

Hij moet natuurlijk de juiste spelling gebruiken. Hij moet achtergrondkennis hebben. Jasper had kunnen beginnen op Wikipedia om die achtergrondkennis op te doen, maar dat is erg moeilijk als je geen idee hebt wat je aan het doen bent.

Vroeger (nu nog?) zei men dat leren van feitjes overbodig is geworden nu alles op internet te vinden is. Maar met bovenstaande zoektocht heb ik proberen aan te tonen dat achtergrondkennis juist noodzakelijk is om feiten te vinden.

 
Op uw pagina http://www.kennisnet.nl/sectoren/mbo/softskills/mediawijs/informatie-zoeken/ . wordt verwezen naar een artikel over het belang van achtergrondkennis(http://www.softskills.nl/zoeken-is-een-vaardigheid-waarvoor-veel-kennis-nodig-is/) .
Alhoewel ik het belang van achtergrondkennis onderschrijf vormt dit artikel geen sterke onderbouwing ervan.

Met name de zinsnede “Waarom heeft hij niet gewoon in het zoekveld ingetypt ?”
Indien je deze voorgestelde oplossing in Google gebruikt (al dan niet bij zoeken op Afbeelding) levert dat allerhande resultaten op waarvan de eerste vaak weer leidt naar de pagina van softskills. Een circelredenering dus.
Daarnaast, allerlei schilderijen kom je op het spoor maar niet (direkt) het getoonde van de bewuste webblog.

Guy Lhoest

Beste Guy, hartelijk dank voor je commentaar. Het is inderdaad merkwaardig dat de zoekterm na het schrijven van deze blogpost onderdeel is geworden van het resultaat van de zoektocht. Onverwachte kronkels in het internet.
Mijn artikel wil geen onderbouwing zijn van de bewering, maar een illustratie.
Jaap

Meisjes en jongens, onderzoeksfouten

Het is de vraag in hoeverre meisjes en jongens meer dan alleen lichamelijk van elkaar verschillen. Daar wordt heel wat onderzoek naar gedaan.

En vaak worden die onderzoeken gedaan onder groepen meisjes en jongens. Men neemt een aantal proefpersonen of respondenten die deel uitmaken van de te onderzoeken groepen en legt ze een vragenlijst voor of laat ze een test ondergaan.

Door de te onderzoeken groep te laten deelnemen aan onderzoek zorgen onverwachte en niet te voorspellen verschillen tussen de groepen  voor vertekening van het resultaat. Meisjes zijn misschien wel anders dan jongens in het beantwoorden van enquêtes en vragenlijsten en het uitvoeren van opdrachten en tests.  Meisjes zijn misschien nonchalanter en meer geneigd tot bravoure en sneller afgeleid dan jongens. Meisjes antwoord misschien wel vaker uit verveling zomaar iets.  En er zijn allerlei verschillen tussen de groepen denkbaar die onderzoeken kunnen vertekenen. Als zulke verschillen bestaan dan is elk onderzoek naar verschillen tussen jongens en meisjes dat geen rekening houdt met deze verschillen in ‘testgedrag’ bij voorbaat al mislukt.