Categorie archief: leren

#clmooc Experiment Wandel-leren

In de clmooc in de  make cycle 3 staat het experimenteel wandel-leren van Mary Ann Reilly als mogelijkheid genoemd voor een ‘MAAK”. Het experimentele wandel-leren is een rhizomatische manier van leren en het is nomadisch. Dit zijn termen uit de theorie van het connectivisme

Ik ga proberen om een leer-wandeling te maken omdat het in zekere zin een vervolg is van streetview. Het verschil tussen streetview en wandel-leren is dat tussen fictie and non-fictie.
Mary Ann Reilly schrijft over haar wandel-leren It’s still early to make much of the images or film, but I know that there’s an emerging sense of differences within the city and how geography of place gives way to neighborhoods.
Volgens mij is de wandeling het begin van een leerproces, ervaring die leidt tot nadenken en vragen stellen en zoeken naar antwoorden en bewijs Het lijkt op experimental learning.

Vragen vooraf:

Is de Trial Learning Walk a leerprocess om te leren leren en is het een kreatieve  manier om interessante en persoonlijke onderwerpen te vinden om te leren?

Studenten leren wat niet tevoren kan worden vastgesteld.  Dus testen en evalueren moet op een kwalitatieve manier.

 

Discussiëren is een kunst

heli
Brookfield geeft wat advies voor rustige momenten in de discussies:

Stel een vraag of maak een opmerking waardoor je laat zien dat je geïnteresseerd bent in wat de ander zegt.
Stel een vraag of maak een opmerking die een ander aanmoedigt verder in te gaan op iets wat ze al hebben gezegd.
Geef een nieuwe bron (een lezing, weblink, video) die nog niet bekend is, die nieuwe informatie of perspectieven invoegt bij de discussie.
Een opmerking maken die het verband tussen bijdragen van deelnemers belicht. Maak deze verbinding expliciet in uw commentaar.
Vat de gesprekken tot nu toe samen en / of suggereer nieuwe richtingen en vragen die besproken zouden kunnen.
Vertel dat je iemands ideeën interessant of nuttig vind. Wees specifiek over het hoe en waarom.
Draag iets bij dat voortbouwt op, of voortvloeit uit wat iemand anders heeft gezegd. Wees expliciet over de manier waarop je voortbouwt op woorden van de ander.
Een opmerking maken die ​​de deelnemers vraagt om het proces van de discussie te onderzoeken.
Vind een manier om je waardering te uiten voor wat jij hebt gehad aan de discussie. Wees concreet en specifiek over wat het was dat hielp je iets beter te begrijpen.
Dit laatste advies is mijn favoriet: De groep vragen om een ​​minuut stilte om het tempo van het gesprek voor tijd om na te denken.

(vertaald uit http://helistudies.edublogs.org/2013/06/14/brookfield-about-facilitating-discussions/

Heb je wel eens iets uit een boek geleerd?

teachersmileZonder af te doen aan het werk van leraren, de vraag in de titel komt neer op de vraag of er altijd een leraar nodig is om iets te leren. . In http://www.hybridpedagogy.com/Journal/files/Pedagogies_of_Scale.html relativeren Sean Michael Morris en Jesse Stommel het belang van de leraar. Zij noemen leren het product van relaties. Maar dat hoeft geen relatie met een leraar te zijn.
Martin Koops wijst er in http://ictnieuws.nl/index.php?ID=3453 juist op dat de computer de leraar niet kan vervangen. Hij wijst op het artikel over het boek van de Besturenraad ‘De computer vervangt niet de leerkracht’.

Ik leer dingen uit boeken, en ook uit teksten die ik met de computer lees. Die boeken en teksten zijn me niet door een leraar gegeven. Of moeten we alle mensen waar je iets van leert leraar noemen?

Ik begon met het voorbehoud dat ik niets wil afdoen aan het werk van leraren. Een leraar kan veel betekenen voor een leerling. Maar klaarblijkelijk kunnen anderen dat ook.
In de MOOCs die ik gedaan heb waren de medestudenten net zo goed mijn leraren als de organisatoren en de ‘echte’ docenten.
Het verschil tussen Leraren en anderen is dat de leraren er hun beroep van gemaakt hebben om anderen te assisteren en te beinvloeden bij het leren en anderen niet altijd. Er zijn veel meer beroepsbeoefenaars die mensen iets willen leren.

(image http://teacherboosts.com/)

Het standaardmodel onderwijs, instructie en toetsen en testen.

trechterHet standaardmodel is al eeuwenoud en berust op enkele duidelijke uitgangspunten:
1. Kennis is een verzameling feiten over hoe de wereld in elkaar zit en over procedures of manieren om problemen op te lossen. Feiten zijn utispraken zoals “Amsterdam ligt in Noordholland” en een procedure bijvoorbeeld een stap voor stap instructie hoe je een bougie verwisselt in een benzinemotor.
2. Het doel van de school is om deze feiten en procedures in het hoofd van de leerling te krijgen. Mensen zijn geschoold als ze veel feiten en procedures kennen.
3. Leraren kennen deze feiten en procedures en hun taak is leerlingen die feiten en procedures bij te brengen.
4. Je moet eerst eenvoudige feiten en procedures leren, en daarna de meer ingewikkelde. Wat eenvoudig is en wat ingewikkeld wordt uitgemaakt door leraren en andere experts, en niet door te onderzoeken hoe kinderen leren.
5. Toetsen en testen is de enige manier om vast te stellen hoeveel de leerlingen hebben opgenomen van het onderwijs.

In het moderne onderwijs zou het moeten gaan om:
Het belang van het begrijpen van de concepten die fundamenteel zijn voor de feiten en procedures.
De kunst om kennis ‘improviserenderwijs’ toe te passen in andere omstandigheden.
De kunst van de metacognitie, het nadenken over je denken.
Het overzicht over een probleem krijgen en het kunnen analyseren.
Hogere denkvaardigheden gebaseerd op wetenschappelijke inzichten over het denken En niet die intuïtieve maar onjuiste inzichten zoals die over leerstijlen.
De focus moet eerder liggen op leren dan op onderwijzen.

Het is zeer de vraag of multiple choice toetsen en proefwerken wel bevorderlijk zijn voor het bereiken van deze moderne onderwijsdoelen. Kun je met MC-vragen en schriftelijke proefwerken nagaan of iemand ook begrijpt en metacognitief actief is?

(zie: http://www.oecd.org/edu/ceri/40805146.pdf)

Culturele competenties CQ

OLYMPUS DIGITAL CAMERADrie Hollandse leraren en twee Vlamingen staan met elkaar te praten tijdens de pauze van een congres. Na enkele minuten zijn de Hollanders verwikkeld in een heftig gesprek en staan de Vlamingen er bij te kijken.
Wat is er misgegaan? De Hollanders probeerden slechts heel even (op de Hollandse manier)  de Vlamingen bij het gesprek te betrekken. Ze hadden geen aandacht voor de Vlamingen maar gingen helemaal op in hun onderlinge gesprekje. Ze waren zich niet bewust van culturele verschillen.

Een persoon met Culturele Intelligentie heeft een aantal interculturele competenties:

  • Interculturele gevoeligheid
  • Omgaan met onzekerheid en spanning
  • Aandachtige communicatie, empathie
  • kennis van verschillen en overeenkomsten tussen kulturen
  • kennis over waarden en normen in verschillene kulturen
  • belangstelling voor andere kulturen
  • zelfvertrouwen
  • bewust zijn van eigen kulturele kennis
  • vaardigheid en flexibiliteit om gedrag aan te passen
  • een repertoire van passend gedrag in verschillende situaties

Vragen stellen, een korte leergang

Hoe leer je vragen stellen?

Deze oefening kan ook met een groepje gedaan worden (vier of vijf deelnemers is het maximum). Het is een vorm van brainstormen. Door zelf vragen te stellen over de dingen die je moet leren wordt het leren een stuk eenvoudiger. Je eigen vragen zijn kapstokken om de zaken die je moet leren aan op te hangen. Je krijgt gegarandeerd een hoger cijfer als je deze oefening doet met je huiswerk. vragen

Begin met het maken van zoveel mogelijk vragen:

  • Begin met gewoon zoveel mogelijk vragen te stellen over het onderwerp.
  • ga niet in discussie, geef geen antwoorden en beoordeel je vragen nu nog niet
  • schrijf elke vraag volledig en woordelijk op
  • maak vragen van beweringen

Verbeter de vragen als dat nodig is:

  • geef bij elke vraag aan of het een open of een gesloten vraag is
  • bedenk welk type vraag beter is
  • verander de gesloten vragen in open vragen of andersom

Kies de beste vragen uit:

  • kies (een aantal)  beste vragen uit
  • waarom zijn dat de beste vragen?

Toepassen:

  • wat ga je met de vragen doen?

 

Digitale geletterdheid

Digital_literacy1Digitale geletterdheid is het vermogen digitale informatie en communicatie verstandig te gebruiken en de gevolgen daarvan kritisch te beoordelen. Digitale Geletterdheid is dus een belangrijke component van Softskills.  

In de 21ste eeuw behoort digitale geletterdheid (er is nog geen Nederlandse pagina over dit onderwerp in Wikipedia) tot de basisvaardigheden van de ontwikkelde mens. Het is een voorwaarde om te kunnen functioneren in de informatiemaatschappij. Digitale geletterdheid vraagt, net als taalbeheersing en rekenvaardigheid, om een vormingstraject dat iedereen gedurende langere tijd moet doorlopen. Het onderwerp hoort daarom in het onderwijs thuis.

De huidige vakken op dit gebied zijn in veel opzichten onder de maat en bereiden de leerlingen niet op de informatiemaatschappij voor. De overheid moet dringend werk maken van een algehele herziening van het voortgezet onderwijs in de digitale informatie en communicatie. Anders blijft Nederland achter bij vergelijkbare landen en komt onze koppositie als kennis- en innovatie-economie in gevaar. (Bron )

In 1997, schreef Paul Gilster “Digital literacy” (New York: Wiley).

Digitale Burgerschap heeft negen onderdelen:

  • Digitale Toegang: volledige elektronische participatie in de samenleving.
  • Digitale Commercie:  aan-en verkoop van goederen
  • Digitale Communicatie: informatie-uitwisseling.
  • Digitale geletterdheid: het proces van onderwijzen en leren over technologie en het gebruik van technologie.
  • Digitale Etiquette: elektronische gedragsnormen of procedure.
  • Digitale Law: verantwoordelijkheid voor elektronische of digitale acties en daden
  • Digital Rights & Verantwoordelijkheden: deze vrijheden uitgebreid tot iedereen in een digitale wereld.
  • Digital Health & Wellness: fysiek en psychologisch welzijn in een digitale technologie wereld.
  • Digital Security (zelfbescherming): elektronische voorzorgsmaatregelen om de veiligheid te garanderen.[http://digitalcitizenship.net/Nine_Elements.html]
  • Digtale identiteit. Bonnie Stewart
  • Digitaal netwerk en connecties.

bron afbeelding: http://ace.nsw.gov.au/social/being_skilled/being-skilled-foundation-skills/

 

Punten bij het ontwikkelen van e-learning materiaal

trechterMaak kleine brokjes informatie, en noem niet meer dan 5 delen om een concept te beschrijven. Zorg dat er hooguit een minuut nodig is om de informatie te presenteren.
Leg de betekenis en zin uit van wat er geleerd moet worden.
Breid de beschrijving uit maar doe dat met kleine brokjes informatie.
Voeg een emotionele prikkel toe om het onthouden te stimuleren.
Geef de informatie een ordening.
Ontwerp voor een verscheidenheid aan leerlingen met verschillende voorkennis en verschillend leervermogen.
Zorg voor opdrachten die enige inspanning vragen van de leerling.
Organiseer herhalingen met tussenpozen.
Laat de leerling na enige tijd (drie kwartier) pauzeren en iets heel anders doen.
Motiveer de leerling.
Maak simulaties om brokjes informatie te presenteren.
Zorg dat de leerling reflecteert op het geleerde.
Gebruik sociaal leren en groepsleren als dat mogelijk en nuttig is.
Toets het geleerde regelmatig, de kennis en het begrip.

bron: Guides for e-learning

Authentiek Leren (AL)

Omdat AL vrijwel altijd in groepsverband uitgevoerd wordt is het gebruik van sociale media en ICT noodzakelijk.
Kenmerken van AL zijn:
1. Zorg voor een authentieke context die kenmerkend is voor de manier waarop de kennis wordt toegepast.
2. Zorg voor authentieke taken en activiteiten.
3. Geef toegang tot goede voorbeelden.
4. Geef verschillende rollen en gezichtspunten.
5. Bevorder samenwerking bij de constructie van kennis. Laat die vastleggen in een mooi product.
6. Bevorder het verwoorden van aanwezige kennis om die expliciet te maken, bijv met mindmap.
7. De leraar zorgt voor coaching en begeleiding, en steun.
8. Zorg voor een passende en authentiek vorm van assessment.

Meer over AL:  SLO,

Kritiek op AL: Pedagogiek-online

Terug naar Softskills op Kennisnet